
De arm
Het ellebooggewricht bestaat uit de bovenarm (=humerus), het spaakbeen (radius) en de ellepijp (=ulna).
Een acute blessure ontstaat meestal als gevolg van een val of een overstrekking van de elleboog. De voornaamste symptomen zijn acuut optredende pijn, zwelling en het minder goed kunnen bewegen van de elleboog. Met name strekken is vaak niet mogelijk en pijnlijk. De pijn wordt veroorzaakt doordat het weefsel rond het ellebooggewricht beschadigd is. Soms is het noodzakelijk om met behulp van de röntgenfoto een breuk uit te sluiten. Met voldoende rust verdwijnen de klachten meestal vanzelf.
Een overbelastingsblessure ontstaat doordat de belasting waaraan de elleboog blootstaat, groter is dan de hoeveelheid belasting die de elleboog aan kan. Als gevolg van de overbelasting kan aanspannen en/of op rek brengen van de aangedane spieren pijnklachten geven.
Een overbelastingsblessure rond de elleboog ontstaat vaak na veel herhalingen van eenzelfde (verkeerde) beweging.
Met name bij een sport als tennis kan dit voor komen. De aanhechting van de spieren die de pols strekken, raken daarbij overbelast. Deze spieren hechten vlak bij de elleboog aan. (N.B. een golfersarm is een overbelasting van de aanhechting van de spieren die de pols buigen). De oorzaak is vaak gelegen in een verkeerde techniek en/of verkeerde materiaalkeuze (verkeerde grip, bespanning van het racket). Voor een juiste diagnose kan je het beste langs een sportfysiotherapeut en/of sportarts gaan.
Een overbelastingsblessure kent diverse stadia van pijn. De pijn kan na een inspanning optreden maar het is ook mogelijk dat er sprake is van voortdurende pijnklachten. Een PSB armbrace kan de pijnklachten verminderen.






